1961. Ontwaarding van onze radio.

De programma-decadentie is veel ernstiger dan op het eerste gezicht lijkt

Het Toneel maakt zich zorgen over de impact die de televisie heeft op de radio-uitzendingen van de Belgische Radio- en Televisieomroep (B.R.T), tot 1960 nog het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (N.I.R). De radio vervlakt tot een louter “geluidsgordijn”. De stijfheid en stroefheid van het vroegere N.I.R. heeft plaatsgemaakt voor een wedstrijd waarin iedere collega de andere in vlotheid wil overtroeven.

Omroepers worden moppentappers, gecommentarieerde muziek wordt “een plaatje met een babbeltje”, luisterspelen verdwijnen, symfonische koncerten worden naar het derde net overgeheveld.

Onze radio gaat kapot aan bazelende disc-jockey’s, nietszeggende wauwelaars, snipperprogramma’s, prutserijen als beursberichten, keukenrecepten, “vonken van de dag”, “dagelijkse broden”, tijdseinen die ernstige muziek perforeren, simfoniën waarvan men ons het slot niet kan laten horen, artisten en medewerkers die worden geëngageerd omdat “iedereen eens moet meedoen”.

Involgen van de slechte smaak van Jan Publiek leidt onvermijdelijk naar vervlakking en ontwaarding.

800px-Radio-philips-capella_hg

Opmerking en bron :

  • De opkomst of verspreiding van nieuwe media (televisie) mist zijn uitwerking niet op de oude media en hun publiek (radio).
  • Citaat uit : Het Toneel en Het Antwerps Toneel, weekblad, 10 november 1961, Antwerpen.
  • Illustratie : Radiotoestel  Philips Capella 663, uitgebracht in 1956. Link op Wikimedia :  https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Radio-philips-capella_hg.jpg
Dit bericht is geplaatst in 20e eeuw, Media. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *