Categorie: 20e eeuw

We vragen ons af waar dat heen moet. De ontbossing rond Antwerpen in 1921.

“De ontbossing blijft haar gang gaan  in de omstreken onzer stad.
Zo-even vernemen we nog dat in de Domeinen van Schotenhof niet minder dan  zestien hectaren bos geveld zijn, en er is ernstig sprake in deze streek de ontbossing op grote schaal voor te zetten.
Wij vragen ons af waar dat heen moet: laat men begaan dan zal binnen enige  jaren de omgeving van Antwerpen totaal van bomen ontbloot zijn.
Voor de ontbossing van Schotenhof  en omstreken is het kwaad dubbel erg. Er  bestaat aan die kant een gans complex van landgoederen en bossen; landgoederen als het hof “Ter List”, het hof “Ter Veke”, het kasteel “Vordenstein”, en bossen gelegen tussen de vaart en Brasschaat,  allen zich onmiddellijk aansluitend  bij het bekende Peerdsbos.
Het ligt voor de hand dat geheel deze  streek het aangewezen natuurpark vormen moet voor het Groter Antwerpen van morgen.
Dringend nodig is het daarom alle verdere ontbossingen onmiddellijk stop te  zetten en te bekomen dat het ganse complex geklasseerd wordt.
Met genoegen vernemen we dat de Vereeniging tot Behoud van Natuur- en Stedenschoon krachtdadig in die richting  werkzaam is, en de nodige stappen aanwendt. “

De zorg voor het behoud van het natuurlijk en stedelijk erfgoed is een kwestie die allerlei burgerinitiatieven al decennialang onder de aandacht van de overheid trachten te brengen. De ontbossing in de jaren 1920 rond het Schotenhof was zo een kwestie die de ‘Vereeniging tot behoud van Natuur- en Stedenschoon’ beroerde. Deze vereniging was in 1910 opgericht omdat toch niemand nog “langer onverschillig” kon blijven voor het “voortdurend schenden en vernielen van landschappen, gebouwen en monumenten”.

Bronnen en bijkomende informatie :

De programma-decadentie is veel ernstiger dan op het eerste gezicht lijkt. De ontwaarding van onze radio in 1961.

Omroepers worden moppentappers, gecommentarieerde muziek wordt “een plaatje met een babbeltje”, luisterspelen verdwijnen, symfonische koncerten worden naar het derde net overgeheveld.
Onze radio gaat kapot aan bazelende disc-jockey’s, nietszeggende wauwelaars, snipperprogramma’s, prutserijen als beursberichten, keukenrecepten, “vonken van de dag”, “dagelijkse broden”, tijdseinen die ernstige muziek perforeren, simfoniën waarvan men ons het slot niet kan laten horen, artisten en medewerkers die worden geëngageerd omdat “iedereen eens moet meedoen”.
Involgen van de slechte smaak van Jan Publiek leidt onvermijdelijk naar vervlakking en ontwaarding.

Het Toneel maakt zich zorgen over de impact die de televisie heeft op de radio-uitzendingen van de Belgische Radio- en Televisieomroep (B.R.T), tot 1960 nog het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (N.I.R).
De radio vervlakt tot een louter “geluidsgordijn”. De stijfheid en stroefheid van het vroegere N.I.R. heeft plaatsgemaakt voor een wedstrijd waarin iedere collega de andere in vlotheid wil overtroeven.

800px-Radio-philips-capella_hg

Opmerking en bron :

  • De opkomst of verspreiding van nieuwe media (televisie) mist zijn uitwerking niet op de oude media en hun publiek (radio).
  • Citaat uit : Het Toneel en Het Antwerps Toneel, weekblad, 10 november 1961, Antwerpen.
  • Illustratie : Radiotoestel  Philips Capella 663, uitgebracht in 1956. Link op Wikimedia :  https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Radio-philips-capella_hg.jpg

© 2019 Blog Zwysen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑