Une tyrannie aussi barbare que gratuite. Protestantse vluchtelingen in de jaren 1680.

si le faible et l’opprimé réclamaient notre protection

“lk ben ervan overtuigd dat we ons hele leven die afschuwelijke nacht niet zullen vergeten. Het zal nauwelijks mogelijk zijn meer kwellingen te verdragen dan wij die nacht moesten doorstaan. Het was zeer koud en de nacht was volkomen duister. Het had de vorige dag aan één stuk geregend, zodat de wegen vol water stonden en onbegaanbaar waren. We zouden toch niet gedurfd hebben, uit angst te worden opgemerkt. De meeste tijd moesten we dus dwars door akkers en wijngaarden trekken, waar de grond week was en vol diepe voren. Meer dan eens zakten we tot diep over onze enkels weg in de modder, en als we de gebaande weg kozen, even diep in het water. (…) Verschillende malen kwamen we langs diepe plaatsen waar ik mij zelfs op klaarlichte dag niet gewaagd zou hebben, ook niet met een betrouwbaarder dier dan waarop jullie nu met z’n drieën zaten en dat bovendien nog de bagage torste.”

Jean Migault vertelt hier over een van zijn mislukte pogingen om Frankrijk te ontvluchten met zijn kinderen.  Zeven jaar was hij op de vlucht “als opgejaagd wild, van plaats naar plaats, alsmaar zoekend naar schuiladressen voor zichzelf en zijn kinderen”. Het geweld tegenover de protestanten deed zich voor in alle lagen van de bevolking. Het werd zonder gêne openlijker en desastreuzer naarmate de politieke en religieuze leiders dit tolereerden en legitimeerden. Wie menselijk bleef reageren in deze omstandigheden kwam in de verdrukking en riskeerde zelf het slachtoffer te worden van de ‘barbaarse tirannie’. Maar mensen, ook katholieken, hielpen toch en zonder die hulp zou de vlucht van Migault en zijn kinderen naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden niet kunnen slagen.

Tenslotte kon Migault op La Rochelle op een schip geraken. Negenentwintig dagen duurde de woelige overtocht langs de Atlantische Oceaan, het Kanaal en de Noordzee naar de Republiek, waar hij op 18 mei 1688 in Den Briel aan land ging. Hij schreef een dagboek ter nagedachtenis aan zijn vrouw die tijdens de vervolging in het kraambed stierf. En ook ter stichting van zijn kinderen. Migault was een diepgelovige hugenoot en had zelf aan den lijve ondervonden hoe levensbelangrijk de ontvangen hulp was geweest. Een aansporing voor hem en zijn kinderen om bescherming te bieden aan elke “zwakke en onderdrukte” die later hun pad mocht kruisen, op de vlucht voor een barbaarse en zinloze tirannie.

1572-Bartholomeusnacht

Bronnen en noten :

  • Illustratie Wikimedia Commons : dit schilderij van de Franse schilder François Dubois (1529–1584) stelt de Bartholomeusnacht voor, een massale moordpartij op hugenoten (Franse protestanten) die te Parijs plaatsvond in de nacht van 23 op 24 augustus 1572. In de nasleep zouden naar schatting nog twintigduizend protestanten de dood hebben gevonden. Aan de vervolging van de protestanten kwam in principe een einde door het zogenaamde Edict van Nantes. Hiermee schonk de Franse koning Hendrik IV op 13 april 1598 de hugenoten het recht op uitoefening van hun geloof. Lodewijk XIV trok dit edict in 1685 terug in, wat onder anderen Migault en zijn gezin op de vlucht dreef.
  • Journal de Jean Migault ou malheurs d’une famille protestante du Poitou avant et après la révocation de l’édit de Nantes. Uitgegeven ter gelegenheid van “la fête du refuge” in 1827 – gevolgd door een sermoen door J.HENRY over dit feest, uitgesproken op 29 okt 1826 in de tempel van Dorothéestadt (Berlijn).
  • Verdrukking, vlucht en toevlucht. Het dagboek van Jean Migault over de geloofsvervolging onder Lodewijk XIV. Ingeleid en geannoteerd door G.H.M. POSTHUMUS MEYJES, Uitgeverij Kok, Kampen, 1985.
Dit bericht is geplaatst in 17e eeuw, Pleegzorg, Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *